Rituelen van komen en gaan

Grote Zoon is gisteren twintig geworden. Zo’n dag brengt rituelen met zich mee. Slingers natuurlijk. Cadeaus, en taart. Voor mij is het ook altijd weer het moment om dat eerste fotoalbum uit de kast te halen en de herinneringen in te duiken.

Dit jaar misschien wel meer dan ooit. Want bij de herinneringen aan de geboortes van mijn kinderen zitten ook ervaringen met de dood. Al voelde dat toen niet zo. Maar nu ik steeds meer te weten kom over de voorchristelijke rituelen rondom sterven, dood en rouw in Noord West Europa (ik volg de opleiding Rouwvrouw) openbaart zich soms een nieuw en vaak een verdiepend bewustzijn.

Want alhoewel ik twee prachtige jongens heb gekregen die zich nu ontwikkelen tot mooie mannen, waren er ook heel verdrietige momenten in die tijd. Momenten waarop ik dacht dat het moederschap niet voor mij was weggelegd. Toen ik bloedend en met helse pijn in mijn buik, bij manlief achterop de fiets, in het donker op weg naar de vervangende huisarts moest bijvoorbeeld.

Ik weet nu dat er in zo’n situatie prachtige rituelen mogelijk zijn. Nee, ze hadden het zieltje dat mij verliet niet teruggebracht. Maar ze helpen het wel liefdevol naar een andere wereld. Als ik toen geweten had wat ik nu weet, had me dat ongetwijfeld troost gebracht. Rust. Geloof. Vertrouwen. Want dat is wat rituelen kunnen doen.

Meer dan ooit

De laatste middag van de meteorologische zomer breng ik door in de buurtuin van mijn vorige huis. De zon verwarmt mijn wangen, de mensen aan tafel mijn hart. We praten over groter en ouder worden, over leven en dood. En gelukkig kunnen we om de meeste dingen grappen maken.

Een van de onderwerpen die uitgebreid aan bod komt is het verlies van onze ouders. Want daar hebben we aan tafel -helaas- inmiddels allemaal ervaring mee. En ja, het is waar. Dat het verdriet slijt, na al die eerste, tweede en derde en nog meer keren zonder hen. En dat het gemis groeit.

Als ik vandaag wakker word, voel ik het meteen. Het gemis, dat vandaag alweer zeven jaar oud wordt. Ik parkeer het even, om Grote Zoon te wekken voor de eerste dag van zijn nieuwe baan. Hoe toepasselijk: drager bij uitvaarten.

Maar als ik even later buiten loop met Knoet, wandelt het jarige gemis met me mee. Net zoals mijn moeder. En dan, aan het einde van de straat, bij de gemaaide graanakkers, omhult een zachte deken van mist ons, terwijl aan de horizon de ochtend gloort.

Ik mijmer weg. Naar die dag zeven jaar geleden. Ik denk dat ik toen ongeveer net zo vroeg wakker was. Een tijdlang met mijn vader aan mijn moeders bed zat. We luisterden naar haar ademhaling, die steeds moeizamer ging. We hielden haar hand vast, streelden haar haar. En later die dag lieten we haar gaan.

Zeven jaar geleden. Het voelt meestal als de dag van gisteren. Haar dood hoort bij mijn leven. Net zoals het gemis. Dat, net zoals alle andere aardse zaken, twee kanten heeft. Want met de jaren verzacht het en groeit met het gemis, ook de liefde.

Lieve mama, ik mis je en hou van je. Meer dan ooit.

1 juli 1942-1 september 2011

Woorden van troost

Vroeger hielp ‘kusje d’r op’. Vroeger, toen je als klein kind gevallen was en huilend naar mama, oma of de juf liep. Zij jou in haar armen nam, je liefdevol een kus op je knie gaf en zei: ‘Zo, nu doet je knietje geen pijn meer, toch?’ Je keek haar met betraande ogen aan en knikte bevestigend. Vervolgens  holde je vrolijk weg en speelde weer verder.

Maar nu helpt kusje d’r op niet. Want wat helpt wel als niet je knie, maar het leven pijn doet? Als de zon niet langer schijnt? Als alles wat je liefhad is verdwenen? Als je zó met lege handen staat?

Het zijn vragen waarvan je niet wilt dat ze bestaan. Omdat het vragen zonder antwoorden zijn. Maar ze bestaan. En ze brengen het donkerste duister, de diepste pijn, de stilste eenzaamheid en een peilloze leegte in je leven naar boven. Wat kan jou nu troosten, zoals kusje d’r op jou vroeger troostte?

Zou het een troost-tasje kunnen zijn? Een klein tasje met een snoepje, een slokje water, een zakdoekje en wat lieve woorden? Waarschijnlijk is dat, hoe lief bedoeld ook, niet genoeg. Troost, échte troost, is groot. Groots.

Echte troost is een hand op je schouder, als je hem niet verwacht. Echte troost is de zachte stilte, van iemand die naar je luistert. Die jou de tijd geeft en de rust gunt om de pijn en het verdriet er te laten zijn.

Iemand die luistert … En nog een keer … En nog een keer … En nog een keer … Tot jouw gevoelens van pijn en verdriet moe zijn. Echte troost is groter dan  woorden. Echte troost verbergt zich in kleine, grootse gebaren, waarvan je vroeger niet wist dat ze betekenis hebben.

Troost is daar waar je kunt schuilen en waar je keer op keer mag huilen.

En na een tijdje is troost ook als een zacht, wit veertje dat voor je voeten op de grond valt.

Is troost ook dáár, waar iemand stilletjes naast je zit.

Is het de eerste vlinder van de lente die langs dwarrelt, en zijn het de eerste sneeuwvlokken van een nieuwe winter.

Het zijn kleine gebaren van degenen die jou dierbaar zijn en zachte aaien van de natuur, die onzichtbare draden weven tussen jouw verdriet en jouw gemis.

En dan komt er een tijd, ooit, misschien, waarin het vlammetje in je hart weer oplaait tot een vuur dat je hart verwarmt. Degene die je mist beroert je niet langer met knuffels en kussen of gefluisterde woorden in je oor. Maar wel als herinneringen vol warmte en dankbaarheid en met een vleugje melancholie.

Zoals je nu voelt bij het verhaal van kusje d’r op.