Omdat de liefde blijft

Het wordt nooit routine, deze dag. Al is de tijd ernaartoe elk jaar anders, ik spiraal uiteindelijk naar een dag met twee gezichten.

Acht jaar geleden is het al. Of pas. Acht jaar geleden, al óf pas. Want wat is tijd, als een dierbare heengaat? Ziel neemt tijd mee.

Vorig najaar werd ik rouwvrouw. Nee, dat schrijf ik niet goed. Ik leerde over de pré-christelijke rituelen in Noordwest Europa bij sterven, overlijden en rouw. Rouwvrouw was ik eigenlijk al. Ben ik altijd al geweest.

Vandaag acht jaar geleden overleed mijn moeder. Ze gaf mij drie grootse cadeaus: ze gaf mij leven en liefde; en ze leerde me de les van sterven.

Die les draag ik sindsdien in mijn hart. In de jaren die volgden was er pijn, verdriet en soms ook boosheid. Er kwam ook weer steeds meer balans met plezier en vreugde.

Het verdriet slijt.

Het gemis groeit.

Vandaag maak ik een altaartje voor haar. Niet om haar te herinneren, want dat doe ik elke dag. Wel om stil te staan bij het moment. En om haar te eren. Voor wie ze was. En is. Omdat de liefde blijft.

Gerrie Gilvert-Dijk

1 juli 1942-1 september 2011

Op hoge hakken naar de hemel

Toevalligheden bestaan niet (meer) in mijn leven. Het is eerder toe-val dat ik -en jij als de lezer van mijn blog- precies hier en nu deze boodschap krijg.

De afgelopen weken heb ik, dankzij mijn pijnlijke schouders en nek, alweer heel wat kwartjes mogen laten doorvallen. En vandaag trekt het universum aan de hendel. Ktsjing!

Ik weet niet meer precies welk kruimelpad ik volgde, maar een nieuwsbericht vandaag brengt mij ertoe Kijken in de Ziel met Laura Maaskant op te zoeken. Een studente, een schrijfster, een jonge vrouw met ongeneeslijke kanker.

Die aflevering vind ik niet. Maar wel één van De Verwondering, met hetzelfde meisje. Of meisje? Veel meer dan dat een oude (en wijze) ziel.

Want wat ze zegt en uitstraalt, hoe bijzonder! Ik deed er heel wat langer over dan zij, om die wijsheid te ont-wikkelen.

Twee dagen geleden overleed ze. Trok haar immer aanwezige kern van rust en vrede uit haar zieke lichaam. Het lichaam dat ze tijdens haar uitvaart wil eren in een feestjurk. Met de voeten in mooie schoenen, met hoge hakken.

Dat klinkt als buitenkant, passend bij haar fysieke leeftijd, die helaas niet meer dan 25 jaar is geworden. Maar haar binnenkant was, en is, tijdloos. Want daarvan zei ze, naar Etty Hillesum: ‘Ik ben al duizend doden gestorven en ook al duizend keer opnieuw begonnen.

En wat is dood? Dat je hart niet meer klopt, je pols verdwijnt en je adem stopt?

Geniet van de schoonheid van elk nu-moment, ze zijn zo mooi. De zon die opkomt, het vogeltje dat zingt, de hond die mij vragend en blij aankijkt. Leef!’

Ja, zo is inmiddels ook mijn stellige overtuiging. Er is maar weinig voor nodig om me écht gelukkig te voelen. En toch vergeet ik het soms. Omdat ik op zo’n moment niet helemaal in het hier en nu ben.

Dankjewel Laura, dat jij dit op deze tijdloze manier weer bij me binnenbracht. Vaar wel!

Vrouwen van leven

Aan de voet van de
Boom van leven
Zitten drie vrouwen

Ze spinnen en weven

De eerste oud en wijs
Brengt een draad
Uit de bron

Naar de tweede
Vol vruchtbaar leven
Tot de draad

Naar de derde overgaat
Zij wikt en schikt
Over ons lot tot dood

Vandaag onze tijd
Snijdt zij met haar sikkel
Een draad van leven

Brengt zo Ziel
Terug naar Daar
Waar het leven begon

Aan de voet van de
Boom nabij die Bron
Zitten drie vrouwen

Ze spinnen en weven
Het eeuwige leven

In het moment van De Dood

Het afgelopen half jaar heb ik mij ondergedompeld in de dood. Niet letterlijk, maar wel figuurlijk. Uiteraard heb ik mijn ritueelbegeleidingsopdrachten bij uitvaart. En daarnaast heb ik mij verdiept in stervensbegeleiding.

Ik deed een praktische en aanbevelenswaardige workshop liefdevolle stervensbegeleiding. Een opleiding spirituele zorg bij sterven en rouw. Een workshop Vroedvrouwe bij Sterven. En vandaag een Midwinterviering met Vrouwe Dood.

Vroeger was ik panisch voor de dood. Echt doodsbang. De nacht kon mij zó bij de keel grijpen dat ik mijn bed weer uitstapte om manlief te gaan knuffelen, die zonder enig argwaan beneden televisie zat te kijken.

Maar sinds het heengaan van mijn moeder roept De Dood. Niet dat ik dood wil. Integendeel zelfs. Ik voel echt een enorme aandrang om te leven. En tegelijkertijd heb ik stervenden en rouwenden iets te bieden.

Met wat ik heb geleerd en belangrijker nog, met wat ik voel, kijk ik De Dood in de ogen. Houd ik de hand van de stervende vast. Breng ik aandacht en liefde in dat heilige moment waarin de stervende overgaat van leven naar dood.

Wat ik kan en doe is op zich niet zo bijzonder. Iedereen kan het en ik help je graag om daarin op jezelf te vertrouwen. Maar het ook echt doen is een stapje verder. En toch. Ik ondersteun je met liefde om van grote betekenis te zijn op het moment van verscheiden van een dierbare. Voor hem, of haar, en voor jou.

Omdat er wellicht niets, maar dan ook echt niets, betekenisvoller in het leven kan zijn dan aanwezig zijn in het moment van De Dood.

Druppels regenboog

Ik zie je liggen
Zwartglanzend o zo zacht
Je ogen diep in mij

En ik denk terug aan
Toen jij kwam
In de lente van de liefde

Zomers lang vol zindering
Niets was ons te dol
Spelen, springen, sjouwen

Jouw herfst was lang
Maar enkel liefdevol
We genoten van elkaar

Tot ook de winter kwam
Koud en stil
Neemt zij jou nu mee

En als de zilveren draad
Tussen jouw lichaam en ziel
Is doorgeknipt

Zul jij licht van liefde
Zien aan de overkant
Vol druppels regenboog

Want als je overtocht
Van hier naar daar
Vloeien onze tranen bitterzoet

Dankjewel lieve, lieve, lieve Trees (mijn labrador-vriendin, 2004-2018)

Liefde van Oer

Tussen Arnhem en Nijmegen wordt veel gebouwd. Heel veel zelfs. Gelukkig waren er mensen die tussen die huizen ook een park visualiseerden. Park Lingezegen.

En waar ik tijdens de aanleg best sceptisch was, maakt het me op een dag als vandaag blij om te kunnen wandelen in de onlangs opengestelde ‘wetlands’ rondom de Rijkerwoerdse Plassen.

Als ik er naartoe rijd, hoor ik op Radio 2 een zeventienjarige jongen een plaat aanvragen voor zijn moeder. Omdat zij hem de afgelopen vier jaar zo trouw gesteund heeft. Hij is ziek geweest. Acute leukemie. Er zijn mensen aan doodgegaan.

Ik hoor hoe hij zijn tranen wegslikt, en ook uitlegt waarom de plaat hem moed geeft: I won’t back down. De jongen ontroert me immens. Ik veeg mijn tranen weg als ik uit de auto stap.

Ik denk terug aan gisteren, toen ik een workshop over stervensbegeleiding deed. En aan eerdere sterfrituelen, die ik deed. Ik realiseer me -weer- dat afscheid nemen van mijn eigen leven ooit, ongetwijfeld makkelijker is dan het afscheid nemen van een stervend kind moet zijn. Dat kan niet anders dan een alles verwoestend en onverdraagbaar verdriet met zich meebrengen.

Een verdriet waar voor mij een gevoel aan vastzit, dat ik in een laatje in mijn lijf heb opgesloten. Het is een gevoel dat op een moment als zojuist het laatje op een kier duwt. Ik kijk het aan, en dan duw ik het laatje zachtjes maar resoluut weer dicht.

Er zijn mensen bij wie dat laatje is opengebroken. Met grof geweld. Toen hun kind overleed. Groot of klein. Voor die mensen organiseer ik, samen met een aantal andere mensen, op 9 december WereldLichtjesDag.

Het gevoel dat zij hebben, heeft een naam. De naam van hun overleden kind. Daaronder zit een universeel gevoel, waar ik vanmorgen over las in een prachtige column van Sander de Hosson. Over een groot kind dat stierf. En de oneindige liefde van ouders. Oerliefde noemt Sander het. Voor mij is het Liefde van Oer.

Meedogenloos missen

Na het stille van jouw sterven
Volgde het ongeloof van het onverwachte en
Was daar ook het waardige wuiven

Gevolgd door een val van vorst
De tijd voor tranen plots gewist
Door een periode vol van pijn

Een waas van waanzin
Een scherm van scherpte
Een leven vol leegte

En meedogenloos missen

We wisten en weten
Dat voor alles een tijd is
Maar soms is er te veel, te snel

En nu, zoveel later
Is er ineens ruimte voor de regen
En tegen alle verwachting in

Straks
Misschien
Ooit

Een zuchtje zonneschijn