Vlecht van leven

Als het leven
zich heeft teruggetrokken
in eindeloos duister

En harten
zijn gebroken
in ontelbare scherven

Als de stilte
oorverdovend schreeuwt
in oneindig groot verdriet

Dan wil ik het luisterend oor wel zijn
dat een begin van scherven heelt
met gouden lijm

Ik troost door te weven
met de draden van het leven
van wie er niet meer is

Neem ik een pastellen draad
voor de dagen van diens jeugd

Een donkere
voor de dagen vol met pijn

Een oranje voor het geluk
en een grijze voor het verdriet
dat er beide ook mocht zijn

Zoek ik naar de rode draad
van dit voorbije leven

Verweef tot slot een gouden draad
van wat nog steeds essentie is

Ik vlecht de draden tot een afscheid
dat schoonheid en vergaan tastbaar maakt

En al duurt het afscheid op de klok maar even
de herinnering blijft
voor eeuwig
vervlochten in de tijd

Gouden lijm

Wat als
jouw leven plots
tot stilstand komt

En dat van ons
voor altijd anders
verder gaat

Wat als onze tranen
de rouwste randjes
hebben gesleten

En wij scherven van leven
vol gouden lijmherinneringen
plakken tot nieuw begin

Wat als
jouw heengaan
zo heeft moeten zijn

In al onze duisternis
inzichten en licht heeft gebracht
omdat wij hier en nu

Meer dan ooit
met jou en ieder ander
verbonden zijn

Naar zonniger tijden

Mensen huilen en wuiven
naar jullie stip aan de horizon
avontuur en nieuw leven tegemoet
somewhere ‘down under

Land vol zon, zee en zand
Een prachtig jongetje
gevolgd door dochtergeluk
Tot glanzend down under verstoft

Omzwervend naar Engeland
Dan een moedig besluit
Als vrouw van de wereld alleen verder
met een kind aan elke hand

De liefde en zorgzaamheid voor ieder ander
in elke vezel van je lijf
maakt alles mogelijk
Je bent er altijd

Als dochter
Als zus
Als moeder
En als oma

Heimwee naar zonniger tijden
maakt jou Waltzing Matilda

En nu huilen en wuiven wij
naar jouw stip aan de horizon
Want jij bent
nieuw avontuur en leven tegemoet

 

Gedicht voor mijn schoonmoeder,
geboren 20 december 1934 – heengegaan 21 december 2017

Het kind dat nooit vergeten zal zijn

Er is een verdriet
waar geen enkel woord
troost voor biedt

Het verdriet om een kind
dat vóór jou
deze aarde verliet

Een kind, dat je nooit meer hoort lachen
ziet spelen of ooit zult knuffelen

Wat heel, heel misschien
die onmetelijke pijn
een heel klein beetje zachter maakt

Het verbinden in warmte
het ontbranden van een lichtje
en het noemen van een naam

van het kind dat nooit vergeten zal zijn

 

Wereldlichtjesdag 2017

Recht in ons hart

Tachtig jaar, twee weken
en een dag geleden
werd je geboren

Bracht je zoveel jaren lang
licht en liefde aan een ieder
die jou ontmoeten mocht

Je gaf jouw warmte onbesproken
door aan twee schone vrouwen
uit jouw schoot

Altijd bezig, altijd zorgen
voor de liefsten van jouw leven
vaak jezelf vergeten

Zonder woorden
grootse daden
in grenzeloze liefde

Tot je

op de dag buiten de tijd
stapte uit onze tijd en
recht in ons hart

Cobie
10 juli 1937 – 25 juli 2017

Eindeloze zee

Als het leven
De zee is
Zijn de golven
Wat ons overkomt

Zachtjes kabbelend
Klein geluk
Tussen al dat zout
Ook heel wat zoet

Maar dan
Grote golven
Van pijn
En ook verdriet

Ze halen ons onderuit
Keer op keer

En toch

Is daar ook steeds weer
Die eb
En dan weer vloed

En keer je haar
Je rug toe
Haalt ze je
Onverwacht onderuit

Maar kijkend naar het zand
Zie je daar soms klein
En dan weer groot
Geschenken van de zee

Steentjes en schelpen
Ze brengt er heel wat mee
En als de golven neerslaan
Is daar ook de troost

Van het altijd maar weer doorgaan
Van die eindeloze zee

Lief duveltje

Als afscheid nemen
Nog niet voor eeuwig is en
Jij wel uit deze wereld bent gegleden

Dan is jou zien dubbel zwaar
Maar het eeuwige afscheid ooit
Misschien een beetje minder rauw

En wie weet
Is afscheid nemen
In deze wereld ook wel

Een kleine beide-handen-kans
Om te zien wie zich
Onder al jouw maskers van toen

Verscholen heeft
En die nu beetje bij beetje
Tevoorschijn komt

Als een lief duveltje
Uit een doosje

Woorden van troost

Vroeger hielp ‘kusje d’r op’. Vroeger, toen je als klein kind gevallen was en huilend naar mama, oma of de juf liep. Zij jou in haar armen nam, je liefdevol een kus op je knie gaf en zei: ‘Zo, nu doet je knietje geen pijn meer, toch?’ Je keek haar met betraande ogen aan en knikte bevestigend. Vervolgens  holde je vrolijk weg en speelde weer verder.

Maar nu helpt kusje d’r op niet. Want wat helpt wel als niet je knie, maar het leven pijn doet? Als de zon niet langer schijnt? Als alles wat je liefhad is verdwenen? Als je zó met lege handen staat?

Het zijn vragen waarvan je niet wilt dat ze bestaan. Omdat het vragen zonder antwoorden zijn. Maar ze bestaan. En ze brengen het donkerste duister, de diepste pijn, de stilste eenzaamheid en een peilloze leegte in je leven naar boven. Wat kan jou nu troosten, zoals kusje d’r op jou vroeger troostte?

Zou het een troost-tasje kunnen zijn? Een klein tasje met een snoepje, een slokje water, een zakdoekje en wat lieve woorden? Waarschijnlijk is dat, hoe lief bedoeld ook, niet genoeg. Troost, échte troost, is groot. Groots.

Echte troost is een hand op je schouder, als je hem niet verwacht. Echte troost is de zachte stilte, van iemand die naar je luistert. Die jou de tijd geeft en de rust gunt om de pijn en het verdriet er te laten zijn.

Iemand die luistert … En nog een keer … En nog een keer … En nog een keer … Tot jouw gevoelens van pijn en verdriet moe zijn. Echte troost is groter dan  woorden. Echte troost verbergt zich in kleine, grootse gebaren, waarvan je vroeger niet wist dat ze betekenis hebben.

Troost is daar waar je kunt schuilen en waar je keer op keer mag huilen.

En na een tijdje is troost ook als een zacht, wit veertje dat voor je voeten op de grond valt.

Is troost ook dáár, waar iemand stilletjes naast je zit.

Is het de eerste vlinder van de lente die langs dwarrelt, en zijn het de eerste sneeuwvlokken van een nieuwe winter.

Het zijn kleine gebaren van degenen die jou dierbaar zijn en zachte aaien van de natuur, die onzichtbare draden weven tussen jouw verdriet en jouw gemis.

En dan komt er een tijd, ooit, misschien, waarin het vlammetje in je hart weer oplaait tot een vuur dat je hart verwarmt. Degene die je mist beroert je niet langer met knuffels en kussen of gefluisterde woorden in je oor. Maar wel als herinneringen vol warmte en dankbaarheid en met een vleugje melancholie.

Zoals je nu voelt bij het verhaal van kusje d’r op.

Huis in de wolken en in je hart

Juffrouw Olifant en Oma Muis zijn dikke vriendinnen.
Ze wonen naast elkaar in de dierentuin.
Elke zondag gaat Oma Muis naar Juffrouw Olifant
om een kopje thee te drinken.

Maar dan komt er een zondag,
waarop Juffrouw Olifant zit te wachten,
en te wachten … en te wachten.
Als de thee koud geworden is,
en ze alle koekjes ongemerkt heeft opgegeten,
gaat zij op zoek naar Oma Muis.

Zij zoekt in alle hoeken van de stal,
maar ziet Oma Muis nergens.
Dan opent zij de staldeur en gaat op weg
naar het holletje van Oma Muis.
Als zij daar aankomt,
klopt zij zachtjes op het deurtje.
Maar er komt niemand om hem te open te maken.
Daarom duwt ze het deurtje voorzichtig op een kier.

Ze tuurt naar binnen en schrikt een beetje;
het lijkt wel of Oma Muis ligt te slapen.
Alle andere muizen van de stal staan om Oma Muis heen.
Ze kijken verdrietig om,
en Kleintje Muis komt op haar af.

Er lopen tranen over de wangen van Kleintje Muis als hij zegt:
‘Oma Muis is doodgegaan.’
Hij pakt zijn zakdoek, snuit zijn neus hard
en veegt met de zakdoek langs zijn betraande ogen:
‘Ik ben verdrietig, omdat ik Oma Muis nu nooit meer zal zien.’

Juffrouw Olifant slaat haar poot om Kleintje Muis heen.
Ze probeert hem zo voorzichtig mogelijk te troosten.
Dat valt nog niet mee met zulke grote poten.
Daarom gaat ze zachtjes naast hem zitten.
En dan vertelt juffrouw Olifant:

‘Toen Opa Olifant doodging,
was ik ook heel verdrietig,
omdat zijn lijf het niet meer deed.
Mijn mama vertelde dat ik best mocht huilen,
net zoals jij nu doet om Oma Muis.

Mama Olifant vertelde ook dat we niet alleen een lijf hebben.
We hebben ook een eigen ik.
Een eigen ik vol dromen en wensen, blijdschap en verdriet.
En toen Opa Olifant dood ging, ging zijn eigen ik terug naar het plekje waar hij woonde voordat hij werd geboren.
Hij ging terug naar het Huis in de Wolken.

En Mama Olifant vertelde ook nog iets anders.
Dat Opa Olifant nu dichterbij was dan ooit.
Dat hij nu een heel bijzonder plekje in mijn hart had.

Want toen hij leefde zag ik hem soms.
En nu hij dood is, voel ik hem altijd en overal.
Omdat ik hem meeneem in mijn hart,
het Huis van de Herinnering.

Zo is het ook met Oma Muis.
Haar eigen ik is terug naar het Huis in de Wolken.
En tegelijk is zij altijd en overal bij jou.
Omdat ze nu woont in jouw hart.