Recht in ons hart

Tachtig jaar, twee weken
en een dag geleden
werd je geboren

Bracht je zoveel jaren lang
licht en liefde aan een ieder
die jou ontmoeten mocht

Je gaf jouw warmte onbesproken
door aan twee schone vrouwen
uit jouw schoot

Altijd bezig, altijd zorgen
voor de liefsten van jouw leven
vaak jezelf vergeten

Zonder woorden
grootse daden
in grenzeloze liefde

Tot je

op de dag buiten de tijd
stapte uit onze tijd en
recht in ons hart

Cobie
10 juli 1937 – 25 juli 2017

Eindeloze zee

Als het leven
De zee is
Zijn de golven
Wat ons overkomt

Zachtjes kabbelend
Klein geluk
Tussen al dat zout
Ook heel wat zoet

Maar dan
Grote golven
Van pijn
En ook verdriet

Ze halen ons onderuit
Keer op keer

En toch

Is daar ook steeds weer
Die eb
En dan weer vloed

En keer je haar
Je rug toe
Haalt ze je
Onverwacht onderuit

Maar kijkend naar het zand
Zie je daar soms klein
En dan weer groot
Geschenken van de zee

Steentjes en schelpen
Ze brengt er heel wat mee
En als de golven neerslaan
Is daar ook de troost

Van het altijd maar weer doorgaan
Van die eindeloze zee

Lief duveltje

Als afscheid nemen
Nog niet voor eeuwig is en
Jij wel uit deze wereld bent gegleden

Dan is jou zien dubbel zwaar
Maar het eeuwige afscheid ooit
Misschien een beetje minder rauw

En wie weet
Is afscheid nemen
In deze wereld ook wel

Een kleine beide-handen-kans
Om te zien wie zich
Onder al jouw maskers van toen

Verscholen heeft
En die nu beetje bij beetje
Tevoorschijn komt

Als een lief duveltje
Uit een doosje

Woorden van troost

Vroeger hielp ‘kusje d’r op’. Vroeger, toen je als klein kind gevallen was en huilend naar mama, oma of de juf liep. Zij jou in haar armen nam, je liefdevol een kus op je knie gaf en zei: ‘Zo, nu doet je knietje geen pijn meer, toch?’ Je keek haar met betraande ogen aan en knikte bevestigend. Vervolgens  holde je vrolijk weg en speelde weer verder.

Maar nu helpt kusje d’r op niet. Want wat helpt wel als niet je knie, maar het leven pijn doet? Als de zon niet langer schijnt? Als alles wat je liefhad is verdwenen? Als je zó met lege handen staat?

Het zijn vragen waarvan je niet wilt dat ze bestaan. Omdat het vragen zonder antwoorden zijn. Maar ze bestaan. En ze brengen het donkerste duister, de diepste pijn, de stilste eenzaamheid en een peilloze leegte in je leven naar boven. Wat kan jou nu troosten, zoals kusje d’r op jou vroeger troostte?

Zou het een troost-tasje kunnen zijn? Een klein tasje met een snoepje, een slokje water, een zakdoekje en wat lieve woorden? Waarschijnlijk is dat, hoe lief bedoeld ook, niet genoeg. Troost, échte troost, is groot. Groots.

Echte troost is een hand op je schouder, als je hem niet verwacht. Echte troost is de zachte stilte, van iemand die naar je luistert. Die jou de tijd geeft en de rust gunt om de pijn en het verdriet er te laten zijn.

Iemand die luistert … En nog een keer … En nog een keer … En nog een keer … Tot jouw gevoelens van pijn en verdriet moe zijn. Echte troost is groter dan  woorden. Echte troost verbergt zich in kleine, grootse gebaren, waarvan je vroeger niet wist dat ze betekenis hebben.

Troost is daar waar je kunt schuilen en waar je keer op keer mag huilen.

En na een tijdje is troost ook als een zacht, wit veertje dat voor je voeten op de grond valt.

Is troost ook dáár, waar iemand stilletjes naast je zit.

Is het de eerste vlinder van de lente die langs dwarrelt, en zijn het de eerste sneeuwvlokken van een nieuwe winter.

Het zijn kleine gebaren van degenen die jou dierbaar zijn en zachte aaien van de natuur, die onzichtbare draden weven tussen jouw verdriet en jouw gemis.

En dan komt er een tijd, ooit, misschien, waarin het vlammetje in je hart weer oplaait tot een vuur dat je hart verwarmt. Degene die je mist beroert je niet langer met knuffels en kussen of gefluisterde woorden in je oor. Maar wel als herinneringen vol warmte en dankbaarheid en met een vleugje melancholie.

Zoals je nu voelt bij het verhaal van kusje d’r op.

Huis in de wolken en in je hart

Juffrouw Olifant en Oma Muis zijn dikke vriendinnen.
Ze wonen naast elkaar in de dierentuin.
Elke zondag gaat Oma Muis naar Juffrouw Olifant
om een kopje thee te drinken.

Maar dan komt er een zondag,
waarop Juffrouw Olifant zit te wachten,
en te wachten … en te wachten.
Als de thee koud geworden is,
en ze alle koekjes ongemerkt heeft opgegeten,
gaat zij op zoek naar Oma Muis.

Zij zoekt in alle hoeken van de stal,
maar ziet Oma Muis nergens.
Dan opent zij de staldeur en gaat op weg
naar het holletje van Oma Muis.
Als zij daar aankomt,
klopt zij zachtjes op het deurtje.
Maar er komt niemand om hem te open te maken.
Daarom duwt ze het deurtje voorzichtig op een kier.

Ze tuurt naar binnen en schrikt een beetje;
het lijkt wel of Oma Muis ligt te slapen.
Alle andere muizen van de stal staan om Oma Muis heen.
Ze kijken verdrietig om,
en Kleintje Muis komt op haar af.

Er lopen tranen over de wangen van Kleintje Muis als hij zegt:
‘Oma Muis is doodgegaan.’
Hij pakt zijn zakdoek, snuit zijn neus hard
en veegt met de zakdoek langs zijn betraande ogen:
‘Ik ben verdrietig, omdat ik Oma Muis nu nooit meer zal zien.’

Juffrouw Olifant slaat haar poot om Kleintje Muis heen.
Ze probeert hem zo voorzichtig mogelijk te troosten.
Dat valt nog niet mee met zulke grote poten.
Daarom gaat ze zachtjes naast hem zitten.
En dan vertelt juffrouw Olifant:

‘Toen Opa Olifant doodging,
was ik ook heel verdrietig,
omdat zijn lijf het niet meer deed.
Mijn mama vertelde dat ik best mocht huilen,
net zoals jij nu doet om Oma Muis.

Mama Olifant vertelde ook dat we niet alleen een lijf hebben.
We hebben ook een eigen ik.
Een eigen ik vol dromen en wensen, blijdschap en verdriet.
En toen Opa Olifant dood ging, ging zijn eigen ik terug naar het plekje waar hij woonde voordat hij werd geboren.
Hij ging terug naar het Huis in de Wolken.

En Mama Olifant vertelde ook nog iets anders.
Dat Opa Olifant nu dichterbij was dan ooit.
Dat hij nu een heel bijzonder plekje in mijn hart had.

Want toen hij leefde zag ik hem soms.
En nu hij dood is, voel ik hem altijd en overal.
Omdat ik hem meeneem in mijn hart,
het Huis van de Herinnering.

Zo is het ook met Oma Muis.
Haar eigen ik is terug naar het Huis in de Wolken.
En tegelijk is zij altijd en overal bij jou.
Omdat ze nu woont in jouw hart.

Dans van liefde

Als ik mijn ogen sluit
zie ik jou zoals je eigenlijk bent

Levendig, zacht en rond
een witzilveren krans om jouw gezicht
en stijlvol in blauw en wit

Glanzende muiltjes aan je voeten
Citroentje suiker in jouw hand

Tot het moment
dat jij de sneeuwwals hoort

Want dan …
gaat álles aan de kant
en dans je

Dans je door je leven

Je danste

Door jouw liefde
voor het leven
voor je dochters, hun mannen en hun kinderen

Een liefde zó groot
dat ze voor altijd voelbaar blijft

En kijk je in hun harten
dan zie je ze zoals jij eigenlijk bent

Zonnestralenregenboog

Mijn woorden rollen
Op papier
Als tranen
Uit mijn pen

Want dat missen
Zo zeer kon doen
Had nog niemand
Mij verteld

Maar dan kijk ik
Naar de wolken
In de hemel
En dan zie ik

Dat jij zonnestralen huilt
Zo maken we samen
In de hemel en op aarde
De regenbogen van het leven

Trooststeen

Als het leven
Plots beweegt
Van net weer lente
Naar donkere vrees

Als onverwacht
Het leven eindig blijkt
En de zomer
Ongewis

Verbleekt het duister van de angst
Door de lichtheid van de liefde

Flonkeren sterren
Moeder en dochters
Kracht en wijsheid
Toe en

Fluisteren stenen
Woorden van
Zachte troost en
Eeuwige liefde

Mijn jongere ik

Middenin het gesprek
Kijk ik in de spiegel

En zie ineens
Mijn jongere ik

‘Als ik naar jou kijk
Zie ik mij’

Het zijn geen ikken
Er is alleen wij

Voor de spiegel staan
De wijsheid en de liefde

Die als beren op de weg
Van jeugd naar rijpheid

Voor het oprapen liggen
Als je op de drempel

Durft los te laten
Niet even

Maar voor het leven